Nadenkertje en hoe het verder ging

Hej!
In de laatste Stef (pg. 5, nadenkertje) heb ik je het verhaal van Jorgen verteld. Hij was mijn beste vriend. 

Maar nu er een volgend schooljaar is gestart, heb ik een nieuwe jongen in de klas gekregen. Ineens ziet Jorgen me niet meer staan! Hij is helemaal druk met die nieuwe jongen. Ze fietsen samen uit school en maken speelafspraken met elkaar.

Ik mis hem echt. Hij was een coole vriend. Je kon met hem lachen, grappen uithalen en nieuwe dingen bedenken. Ik heb hem zelfs iets verteld wat ik nog nooit aan een ander heb verteld. Een hartsgeheim zeg maar. Ik schaam me er echt voor. Ik ben echt super boos dat hij het heeft doorverteld aan die nieuwe jongen, David heet hij.

Alle briefjes en dingetjes die van Jorgen zijn, heb ik verfrommeld. En gisteravond toen ik niet kon slapen, ben ik naar beneden geslopen. In onze vensterbank staat een ‘verboden-te-vissen-bak’. Ik was net bezig om een kuil daarin te graven zodat ik die prop erin kon stoppen, toen mijn vader ineens achter me stond. ‘Hé’, zei hij, ‘wat doe jij hier middenin de nacht??’
Ik haalde snel de prop weer uit de bak en holde naar boven. Maar mijn vader liet het er niet bij zitten en liep achter me. ‘Hela Stef’, fluisterde hij zodat niet heel het huis wakker werd, ’dat gaat zomaar niet. Wat was dat voor een prop?’

‘Gewoon’, zei ik zacht.

‘Het is middenin de nacht en dan is het vast meer dan gewoon’, zei mijn vader. ‘Die bak gaat over vergeven en niet over verstoppen. En dat is een groot verschil. Als je ergens boos over bent, praat je er eerst met de Heere God over en dan met de persoon op wie je boos bent. Daarna mag je het in de bak stoppen. Het is belangrijk dat je over dingen praat.’
Ik vond het niet gemakkelijk om het te vertellen, maar het is me wel gelukt om erover te praten. Mijn vader heeft voor me gebeden en dat vond ik echt fijn. Ik was daarna iets minder boos.

De volgende dag moesten we van meester samen aan een opdracht werken. Ineens vroeg Jorgen: ‘Kom je vanmiddag bij mij spelen?’ Ik schudde mijn hoofd. ‘Morgen dan?’ probeerde Jorgen. ‘Vraag het lekker aan David,’ zei ik boos. Jorgen zei niets meer.

Toen ik mijn jas aantrok en mijn fietssleutel pakte, voelde ik een briefje zitten. Dit stond erop. Sorry dat ik zo gek deed. Ik weet ook niet waarom ik het heb doorverteld. SORRY! Jorgen

Toen ik thuiskwam heb ik de prop opgezocht en samen met het briefje ligt het nu begraven in de bak. Misschien spreek ik ooit nog eens met Jorgen af. Misschien ook niet. Maar ik ben niet boos meer en ik ben blij dat ik er niet meer aan hoef te denken. 

groetjes, Stef

Print dit verhaal