Hananim, Hananim!

Hannah Cho hoorde haar moeder vaak bidden: ‘Hananim, Hananim! Heere, Heere, help!’ Als Hannah dan naar haar moeder keek, zei ze: “Het leven is lastig lieverd. Als je het moeilijk hebt, moet je bidden.”

Pas toen Hannah groot was, begreep ze haar moeder beter. Ze kreeg zes kinderen, maar twee stierven toen ze nog klein waren. Omdat haar man geen werk meer had, moest ze zelf keihard werken. Ze ging bevroren maaltijden verkopen aan mensen die bovenop de berg woonden. Er gebeurde van alles met Hannah. Ze viel een keer heel hard, ze raakte gewond aan haar rug en been. Sindsdien had ze altijd pijn.
Ze vluchtte samen met haar gezin naar China. En daar hoorde Hannah voor het eerst het Goede Nieuws. Hannah vertelt: “Ik heb gezien hoe mijn moeder geloofde, maar nu zag ik het zelf! Het was of ik altijd vuil in mijn ogen had gehad en mijn ogen werden schoongewassen. Ik kon eindelijk God zien en Hem volgen, net zoals mijn moeder had gedaan.’  
Hannah heeft daarna nog heel veel meegemaakt. Ze is gevangen genomen, ze is geslagen, ze is op een wonderlijke manier weer vrijgekomen. Maar nog steeds bidt Hannah: ‘Hanonim, Hanonim! Heere, Heere, help alstublieft!’. Zij bidt dit voor haar  familie, haar landgenoten en voor haarzelf. Bid jij mee?